
Al bijna tien jaar werkt Christianne Polderman als diabetesverpleegkundige in Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis. Wat haar werk zo aantrekkelijk maakt? “De diversiteit, de intensieve patiëntcontacten en de combinatie van zorg en technologie. Geen dag is hetzelfde.”
Voor haar huidige functie werkte Christianne onder meer in het Erasmus MC en op verpleegafdelingen in Goes. “Dat was zorg aan het bed, met onregelmatige diensten. Op een gegeven moment wilde ik meer regelmaat. In mijn werk als diabetesverpleegkundige werk ik tijdens kantooruren en heb ik een andere rol: je bent veel meer coach dan uitvoerder.”
Die coachende rol is kenmerkend voor haar werk. Diabetes is een chronische aandoening en patiënten worden vaak langdurig begeleid. “Je bouwt een band op. Je kent mensen goed, soms ook hun thuissituatie. Dat maakt het werk persoonlijk en betekenisvol.”
Een werkdag vol afwisseling
Een gemiddelde werkdag laat zich moeilijk samenvatten. Christianne: “Ik begin meestal rond half negen. De ene dag heb ik telefonische bereikbaarheid en spreek ik patiënten die hun bloedsuikerwaarden doorgeven. Een andere dag werk ik op de polikliniek, of ben ik op een verpleegafdeling betrokken bij klinische patiënten. Ook draai ik spreekuren bij huisartsenpraktijken.”
Wat haar werk extra dynamiek geeft, is de enorme variatie in patiënten. “We zien echt iedereen: van baby’s tot mensen van bijna honderd. En iedereen heeft weer andere klachten, andere vragen en een andere manier van omgaan met diabetes. Juist dat maakt het zo interessant: je moet steeds opnieuw kijken wat iemand nodig heeft.”
Zorg in eerste en tweede lijn
Het werken in zowel de eerste als tweede lijn vraagt flexibiliteit. “Bij de huisarts zie je vaak mensen bij wie nog relatief weinig aan de hand is. In het ziekenhuis is de problematiek meestal complexer. Dat verschil maakt dat je steeds moet schakelen in je aanpak.”
Technologie als belangrijk onderdeel
Naast patiëntcontact speelt technologie een grote rol. “We werken veel met insulinepompen en sensoren die we uitlezen en analyseren. Ook hebben we digitaal contact via de BeterDichtbij-app. De ene ochtend zie je patiënten fysiek, de andere ochtend beantwoord je berichten. Dat maakt het werk extra dynamisch.”
Intensieve begeleiding op maat
Binnen de patiëntengroep zijn er duidelijke verschillen. “Ik begeleid bijvoorbeeld ook zwangere vrouwen met diabetes. Dat is een heel specifieke groep: de begeleiding is intensief en kortdurend, en je hebt eigenlijk met twee patiënten tegelijk te maken: moeder en baby. Dat vind ik zelf een van de leukste doelgroepen.”
Andere collega’s richten zich bijvoorbeeld op kinderen of ouderen, wat weer een totaal andere aanpak vraagt. “Die variatie maakt het vak zo breed.”
Samenwerken én zelfstandig werken
Hoewel diabetesverpleegkundigen vaak zelfstandig werken, is samenwerking essentieel. “We hebben een hecht team. We zien elkaar niet elke dag, omdat we op verschillende locaties werken, maar we houden nauw contact. We overleggen regelmatig en helpen elkaar waar nodig.”
Daarnaast is er intensieve samenwerking met andere zorgverleners. “We werken veel samen met internisten, diëtisten, gynaecologen, kinderartsen en verpleegkundigen op de afdeling. In multidisciplinaire overleggen bespreken we complexe casussen, bijvoorbeeld van pompgebruikers of zwangere patiënten.”
Specialistische rol binnen het zorgteam
De rol van de diabetesverpleegkundige is specialistisch. “We nemen veel werk uit handen van de internisten. Op het gebied van technologie, zoals insulinepompen, hebben wij vaak zelfs meer specifieke kennis. Artsen vertrouwen daar ook op.”
Persoonlijke ontwikkeling
Het intensieve contact met patiënten zorgt ook voor persoonlijke groei. “Je leert veel over jezelf. Hoe reageer je op mensen? Hoe komt dat over? Je bent continu bezig met je eigen ontwikkeling. Soms loop je ook tegen dingen aan, maar daar leer je juist van.”
Geduld en betrokkenheid essentieel
Volgens Christianne is het belangrijk dat je geduld hebt en het leuk vindt om mensen langdurig te begeleiden. “Diabetes heeft grote invloed op iemands leven, zeker in het begin. Je komt letterlijk in iemands leefstijl terecht: eten, drinken, dagelijkse routines. Wij geven advies, maar uiteindelijk is de patiënt zelf verantwoordelijk. Daar moet je goed mee om kunnen gaan.”